‘Ik hou ook van jou, dat weet je.’
Ik weet het. Ik weet niets terug te zeggen. Ik wil iets terugzeggen, maar ik kan geen woorden vormen uit de lettervermicelli in mijn hoofd. Ik wil haar vasthouden, dan is alles goed, dan hoef ik niets terug te zeggen. Het is ook beter, om niets te zeggen. Woorden zijn soms maar een wankel werktuig, een gezapige vertakking in een zuivere verbinding. Er zijn van die situaties waarin woorden vergeefs zijn en de protagonist zal in zo’n situatie weten wat er aan de hand is. Hoe dan ook, nu was zo’n moment. Ik wist niet wat ik moest zeggen, dus zei ik maar niets. Het verzacht eventuele krenkende momenten niet, maar het is in elk geval een excuus, een acceptabel motief om het onvermijdelijke voorlopig uit de weg te gaan, om het zekere in onzekerheid te bewaren. Gelukkig, juiste keuze.
Het is de eerste dag van het jaar waarop de zon, die fantastische gasbol, volop scheen, de lucht als een strak blauwe espresso, geen wolkje, met de winterse bomen als treurig contrast. Één zijn met de natuur, onmogelijk voor ons als professioneel milieuterrorist, maar ik waag een poging, een moedige poging, al zeg ik het zelf. Ik loop al een halfuur in het bos en ik ben al een halfuur de weg kwijt. Ik besluit een mooie plek op te zoeken voor een rookpauze, hoewel het bijna als verraad voelt om een sigaret aan te steken, zo midden in één van Moeder Natuur’s longblaasjes. Eigenwijs als ik ben doe ik het toch en met mijn ogen gesloten zie ik de zon die met haar stralen de bomen, de straten, de mensen polijst en de mensen, ze lachen, en in haast volledig adamskostuum stralen ze met de zon mee. Ik zie volle terrassen, ik zie een een corpulent bejaard stel met een zonnebril in de zon op hun balkonnetje, maar bovenal zie ik liefde, achter de ramen, in auto’s, overal.
Die avond zitten we in de Grass Company. Een coffeeshop, maar als mijn oma nog zou leven en we een enigszins krasse verstandhouding zouden hebben zou ik haar er mee heen slepen voor een latte en een Jack Herrer. Wie geeft er nou nog echt om kortetermijngeheugen tegenwoordig? Met een groene toeter in de hand lachen we alles weg. We hebben reden tot feest. Ondanks de momenten waarop ik denk zonder haar beter af te zijn, weet ik dat ik het niet beter had kunnen treffen.
‘Mens erger je niet en een doosje drugs.’ Bestelling afgeleverd, dit is ontspannen 2.0. Ik ben groen en ik gun haar rood. De kleur van de bloedlichaampjes die sneller beginnen te zwemmen als ik haar zie en de kleur van omstanders na een geslaagde zelfmoordaanslag. We spelen, maar het klopt niet. Er is iets aan de hand, ze zegt er niets over, maar haar houding, ze beweegt terughoudend, bijna afstandelijk, zegt genoeg. Ik buig me enigszins over de tafel heen, afgeleid door het omgevingsgeluid en in vrees dat ik haar niet kan verstaan, om te vragen of er iets aan de hand is. Ze zit, in plaats van te antwoorden, zwijgend tegenover me, plukt aan een haarstreng en kijkt precies naar de plek waar ik net de dobbelstenen wegpakte. Mijn liefste, mijn muze, ik wil niet vergeten, ik mag niet vergeten, dus help me herinneren, die avond in het park, de zwanen in de hotelkamer, help me herinneren. Help me. Ze kijkt me aan, pakt me vast en kust me en ik kus terug, eerst op haar mond en daarna over haar hele gezicht. We kussen hoe een dorstig dier met zijn tong over het eindelijk gevonden bronwater heenjaagt. ‘s Avonds in bed val ik snel in slaap. Vlak voor ik inslaap denk ik nog een poosje na over de dag en mijn gedrag en ik ben er tevreden over. Ik weet dat het goed is, al is het maar voor even, het is goed, voor nu.
Posted: March 14th, 2011
Categories:
Dagboek
Tags:
Comments:
No Comments.
‘Schrijf over hoe veel ik van je hou.’ Wat een onbehoorlijk voorstel. Proberen dat te verwoorden is als proberen alle bubbels in een fluitje bier door te prikken. Ik kan wel schrijven over hoe schandelijk mooi ik je ogen vind. Hoe ik je kijkers tussen een lijst met edelmetalen raamwerk zou willen walsen om in het Stedelijk Museum te hangen. Over hoe graag ik je zachte, haast tedere huid tegen de mijne aanvoel. Je handen in de mijne, mijn lippen op de jouwe. Onze tongen verstrengeld in een Derde Wereldoorlog, terwijl vingers gaan waar de tijd oneindig is. Seks.
Liefde gaat zoveel verder. Verder dan samen oud worden, verder dan de halve finale, verder dan seks. Seks is louter een verijdelde droom, een geïdealiseerde waarheid. Seks is als een natte oase in de alles verzengende hitte. Een rijpe perzik in het ontzaglijke misgewas dat men liefde noemt. Als seks liefde is, was Idi Amin een democraat. Na 2,5 jaar nog ochtendsex, dát is liefde. Jaloers worden om die potente collega, dát is liefde. Elkaar bekladden en bespotten voor vies en vuil om elkaar uiteindelijk met lichaamsvochten te bekladden.
Seks definieert per definitie niets dan lust en liefde.
Elkaar steunen in de martelgang naar het einde is liefde in haar puurste en mooiste vorm. Ik wil niets liever dan met haar de dagen en nachten tot het einde zijn. Ik hou van haar kundigheid en ik hou van haar onvolkomenheid. Ik voel haar buikpijn en als het kon zou ik haar pijnlijke hoornvlies lens slaan. Voor haar ga ik door het hellevuur en het doet godverdomme pijn. Ik haat haar zoveel als ik paarden en Justin Bieber haat, maar ik haat het nog meer om haar niet te kunnen haten. Zo veel ik haar haat, zo veel meer hou ik van haar.
Posted: January 9th, 2011
Categories:
Dagboek
Tags:
Comments:
No Comments.
Stilte
zelfs muziek kent geen naam
een zucht
het tikken van de klok
Het zicht is sterker
de fijn lederen bekleding
de geur van het land en de lucht
het lachen, de trein, de zee, de vogels
zonder geluid
De keuken staat in brand
in een stille wereld
het bestaat niet
geen haat, geen liefde
Posted: October 28th, 2010
Categories:
Dagboek
Tags:
Comments:
No Comments.
Mensen lopen langs: “Meneer, mag ik u wat vragen?”
“Nee” klinkt het antwoord terwijl de man door loopt
Wat jammer zeg, deze uren lijken wel dagen
steek mijn kop niet in het zand, maar houd mijn hoofd hoog
De zon verdwijnt langzaam en de wolken worden zichtbaar
het begint koud te worden en ik verlang naar m’n kopje thee
Een vrouw noemt me vervelend en ik ben licht geraakt
het lijkt wel zo simpel maar het valt toch niet mee
Over een half uur zit mijn werk er weer op
zometeen nog eventjes wachten op de bus in de stad
Gaan ze zeiken omdat ik nog een keer ben geflopt
gelukkig hebben mijn collega’s ook een kutdag gehad
Posted: October 22nd, 2010
Categories:
Dagboek
Tags:
Comments:
No Comments.
Liggend in bed voel ik weer die drang. Die drang om te schrijven. Als in een trance stap ik m’n tweepersoonsbed af en bestijg de trap naar de zolder. Ik druk op de aanknop van m’n PC en sluit m’n ogen en schrijf: “Lief dagboek, ..
Wervelende jazzklanken voortkomend vanuit de speakers van mijn oude computer vervullen mijn lichaam tot in de kleinste vezel.
Mijn ogen turen naar het scherm, zoekend naar woorden, zoekend naar gedachten en mijn hoofd is leeg, maar tegelijkertijd vervuld van gedachten en ideeën.
Ik probeer het nog eens. Ik sluit mijn ogen en leun achterover, maar tevergeefs. Het beeld blijft onveranderd.
De goedkope rugleuning van m’n tweedehands bureaustoel kraakt, maar ik hoor het niet. Buiten hoor ik vrolijke kinderstemmen. Ze schreeuwen, ze zingen, ze huilen.
De vogels fluiten de laatste zang van de dag.
Ik kijk door het keukenraam en zie mijn eenzame buurman de stoep aanvegen op hetzelfde ritme als gisteren, om dezelfde tijd, met dezelfde bezem.
Met die bezem verantwoordt hij zijn aanwezigheid op deze wereld. Zijn glimlach weerspiegelt in mijn doffe ogen.
..
Ik ken geen glimlach. Mijn wereld is zwart. Inktzwart.”
Posted: June 28th, 2010
Categories:
Dagboek
Tags:
dagboek,
emo
Comments:
No Comments.
Lief dagboek,
Ik heb het gehad.
Als een geleide raket blijf ik lopen, blijf ik mijn weg volgen. Ik weet niet waar ik heenga, maar ik weet dat ik moet blijven lopen. Ik loop onder het viaduct door. Blijkbaar ga ik naar het bos. Ik zie verschillende routebordjes staan, maar ik volg mijn eigen route. Hoe symbolisch. Ik blijf lopen, lopen tot mijn voeten me vertellen te stoppen.

Kijkend naar de grond gaan de vriendelijke groeten van voorbijgangers totaal aan me voorbij. Het enige wat ik nog kan is lopen. Lopen, lopen, lopen.
Ik ga weg
Ik ga lopen, ik ga lopen tot de zon komt
Ik ga weg,
tot de zon me achterhaalt
Lopen tot de zon komt
Tot ‘ie straalt
Zonder er bij na te denken doe ik datgene wat mijn hart me vertelt te doen. Ik loop. Gedachten, emoties, herinneringen. Alles schiet ongecontroleerd en willekeurig door m’n hoofd. M’n iPod heb ik meegenomen, maar ik laat hem in m’n binnenzak zitten. Muziek kan me enkel verwarren op dit moment.
“Even een stukje lopen, even op mezelf zijn.” Dat was het excuus waarmee ik een halfuur geleden thuis wegging. Nu loop ik nog steeds. Ik ben in het bos. Het hoofdpad heb ik allang verlaten voor een zijpaadje, en nu loop ik helemaal buiten de paden, in de natuur.
Ik ga terug naar m’n oorsprong
Moeder Natuur is waaruit ik voortkom
Vader Tijd kent me niet hoewel ik met hem worstel
Bomen vertellen niets tenzij je je richt op de wortels
Niet voor het eerst weet Typhoon me te helpen. Hij vind de woorden, die ik niet vinden kan. Hier voel ik me thuis. Ik blijf lopen, alsof ik ergens heen moet. Weet ik waar ik heen moet? Waar ik heen wil? Hoor ik het te weten? De antwoorden blijven me vaag. Ik loop door. Ik voel me gehaast. Zo veel te doen, zo weinig tijd.. altijd weinig tijd; ik merk het niet voor het eerst.
Met een waas voor m’n ogen blijf ik lopen. Ze branden, m’n ogen. Is het het zand? Zijn het tranen? Tranen? Ik hoor een gek geluid in de verte. Het moet wel een dier zijn. Plotseling hoor ik meer geluiden. Schichtig kijk ik om me heen, maar ik kan niets zien. Daar is het gekke geluid weer. Het is nu zo dichtbij, ik kan het niet meer ontwijken. M’n hart bonkt in m’n keel, maar nieuwsgierigheid wint het van enig ander gevoel. Als ik op het point of no return ben kijk ik. Het is een vogel. Het is maar een vogel. Met dat vreemde, krakende geluid geeft hij klank aan zijn bestaan op onze aarde.
Steeds sneller blijf ik lopen. Zonder er bij na te denken merk ik een afwijking in mijn stappen. Ik keer om. Voor ik het weet heb ik het bos achter me gelaten.
“Pas op, overstekende paarden” zegt een verkeersbord bij de parkeerplaats. Iets diep in me kan er toch wel om lachen. Ik merk dat ik anders loop dan op de heenweg. M’n hoofd geheven, glimlach op m’n gezicht. Dit doet me goed. “Welkom bij Camping Duinlust” zie ik staan. ‘Hmpf, welkom in Polen had er beter kunnen staan’, denk ik bij mezelf. Ondanks het feit dat ik flink opgebeurd ben, blijven woorden en zinnen door m’n hoofd spoken. Ik vraag me af of ik het thuis allemaal nog kan herinneren.
Thuis aangekomen loop ik direct door naar de zolder. Mijn zolder, mijn veilige zolder. Ik voel me er veilig. Ik start Word op en begin te typen: “Ik heb het gehad…”
Wat een verschrikkelijk onsamenhangend geheel is het geworden. Misschien ben ik dat ook wel. Misschien..
Posted: June 28th, 2010
Categories:
Dagboek
Tags:
emo,
Muziek
Comments:
No Comments.
Lief dagboek,
Shit, dat was al de vierde keer deze week dat ik per ongeluk suiker in m’n koffie deed.
Posted: June 28th, 2010
Categories:
Dagboek
Tags:
koffie,
pech,
vies
Comments:
No Comments.